De veronderstelling dat mensen met een handicap altijd ‘productief’ moeten zijn in plaats van zich te mogen ontspannen, is een wijdverbreide en schadelijke misvatting. Dit gaat niet alleen over persoonlijk comfort; het weerspiegelt een diepere maatschappelijke devaluatie van levens met een handicap. Veel mensen met een handicap leven in een voortdurende staat van onzekerheid, waarbij de fysieke en mentale capaciteiten op onvoorspelbare wijze fluctueren. Het idee dat vrije tijd een luxe is die ze niet hebben ‘verdiend’ negeert het feit dat de handicap zelf uitputtend is.
De mythe van constante bijdrage
Het kernprobleem is geworteld in hyperkapitalistische idealen die waarde gelijkstellen aan output. Als iemand met een handicap van het leven geniet – reizen, socialiseren – wordt er onmiddellijk van uitgegaan dat hij of zij in plaats daarvan zou moeten werken. Deze mentaliteit negeert het feit dat veel handicaps dynamisch zijn, wat betekent dat de symptomen van dag tot dag variëren. In tegenstelling tot niet-gehandicapte mensen, van wie het lichaam voorspelbaar reageert op inspanning, staan gehandicapte mensen vaak op het spel als ze zichzelf overbelasten.
Dit gaat niet over luiheid; het gaat om overleven. Voor velen betekent overbelasting niet alleen vermoeidheid, het betekent ziekenhuisopnames, tegenslagen en chronische pijn. De energie die wordt besteed aan het bestrijden van systemische ontoegankelijkheid en medische verwaarlozing is al een vorm van arbeid die niet wordt erkend.
Systemisch gebrek aan respect en financiële realiteit
Het stigma strekt zich uit tot financiële hulp. Veel mensen met een handicap vertrouwen op sociale programma’s waaraan ze jarenlang hebben bijgedragen, maar worden veroordeeld voor het gebruik ervan. Een auteur vertelt dat een vriendin vroeg of ze “van de overheid leefde” nadat ze hoorde dat ze niet meer kon werken als gevolg van een auto-ongeluk. De realiteit is dat deze programma’s precies voor dit doel zijn bedoeld.
Deze mentaliteit versterkt de overtuiging dat mensen met een handicap geen basiscomfort verdienen, zoals vakanties of eenvoudige genoegens. De verwachting dat zij hun bestaan altijd door arbeid moeten rechtvaardigen, is zowel wreed als onrealistisch.
Rust als weerstand
Rust is niet alleen maar zelfzorg; het is een politieke daad. Voor mensen met een beperking is het vaak een kwestie van leven of dood. Het doorstaan van uitputting kan ernstige gevolgen voor de gezondheid hebben. De auteur benadrukt dat ze zichzelf elke dag uitdaagt, maar toch geconfronteerd wordt met het oordeel van vreemden die ervan uitgaan dat ze niet genoeg doet.
De auteur herinnert zich dat ze op een luchthaven werd aangestaard terwijl ze wachtte op het afstuderen van haar zoon. De blikken onderstreepten de maatschappelijke verwachting dat mensen met een handicap voortdurend hun waarde moeten bewijzen. Dit herinnert ons eraan dat veel mensen met een handicap al op maximale capaciteit werken en hun weg vinden in een wereld die tegen hen is ontworpen.
Het recht op menselijke waardigheid
Uiteindelijk verdienen mensen met een handicap net als ieder ander rust. Hun recht op ontspanning is niet afhankelijk van productiviteit of maatschappelijke validatie. Het gaat over het erkennen van hun inherente menselijkheid en het erkennen dat chronische aandoeningen en handicaps prioriteit geven aan het welzijn.
“Rust is niet alleen een radicale daad van terugwinning; het is vaak een kwestie van leven of dood.”
De auteur besluit met een uitdagende beslissing om rust onbeschaamd te omarmen, zelfs als er een oordeel wordt geveld. Dit is niet alleen een persoonlijke keuze; het is een uitdaging voor de systematische devaluatie van levens met een handicap.
























